het lichaam weet eerst | essay #002

In onze darmen huizen zo'n vijfhonderd miljoen zenuwcellen. Dat klinkt als een metafoor, maar het is pure anatomie. Wetenschappers spreken van het enterisch zenuwstelsel, ons minder bekende tweede brein. Dit netwerk praat met onze hersenen, maar wacht niet op hun bevel. Het reageert bliksemsnel, sneller dan ons bewuste denken, en maakt het grootste deel van onze serotonine aan. Zo beïnvloedt het onze stemming, slaap en intuïtie. Terwijl wij geloven dat kennis in het hoofd ontstaat, heeft de buik vaak allang gekozen.

Vanochtend hoorde ik op de radio (Joe FM) dat we dagelijks zo'n vijfendertigduizend beslissingen nemen. Ik schrok zo hard dat ik bijna de auto in de gracht stuurde. Vijfendertigduizend: dat is ruim elke anderhalve seconde een keuze, als je slapen niet meetelt. Het klinkt bizar, tot je beseft waaruit dat getal bestaat. Alleen al over eten en drinken maken we tweehonderd keuzes per dag, waarvan we er hooguit vijftien bewust opmerken. Welke voet je eerst neerzet, hoe stevig je een toets indrukt, of je aan je neus krabt of aan je vinger ruikt. Het lichaam beslist, onafgebroken, zonder overleg. Negenennegentig procent van die keuzes glipt voorbij zonder dat het hoofd het merkt. Pas achteraf eist het brein het auteurschap op van een boek dat het lichaam allang heeft geschreven.

Opvallend genoeg merken we het pas als het systeem begint te haperen. Wie kent niet die avonden waarop zelfs kiezen wat je eet, welke serie je kijkt of of je nog reageert op een bericht, voelt als een onoverkomelijke opgave? Psychologen noemen het beslissingsmoeheid. Niet de grote keuzes breken ons op, maar de eindeloze stroom kleine, onzichtbare beslissingen.

Sommige keuzes maakte mijn buik al lang voordat mijn hoofd het doorhad. Zo was het met het zeventig jaar oude huis waar ik nu woon. Toen ik er voor het eerst rondliep, voelde ik het meteen: dit is het. Geen analyse, geen wikken of wegen; mijn lichaam had de knoop al doorgehakt.

Achteraf is het eenvoudig om redenen te bedenken: het licht, de tuin. Maar dat zijn slechts verklaringen achteraf. Het hoofd zoekt logica bij wat het lichaam allang wist. De volgorde is anders dan we denken. Eerst voelt het lichaam, daarna volgt het woord.

Het lichaam weet al wat het hoofd nog moet leren. Een koksleerling die voor het eerst een saus maakt, proeft en voelt met de theorie als kompas. Maar wat zij voelt, kan zij nog niet benoemen. Door oefening krijgt die gewaarwording een naam. Meesterschap begint wanneer de naam vervaagt en alleen het voelen overblijft.

Dat maakt het lichaam nog niet onfeilbaar. Het draagt ook oude wonden, gewoontes en reflexen die niet altijd kloppen. Een maag die samentrekt bij intimiteit hoeft geen waarheid te spreken; soms is het slechts een oud litteken dat zich roert. Het lichaam is geen orakel, maar een instrument dat zorg, aandacht en soms bijstelling vraagt.

Een instrument dat je negeert, raakt ontstemd. Wie jarenlang de signalen van het lichaam overstemt met ratio, efficiëntie of haast, krijgt uiteindelijk een lichaam dat steeds luider om aandacht schreeuwt. Spanning in de schouders kan uitgroeien tot tinnitus. Onrust in de buik kan eindigen in een maagzweer. Het lichaam is geduldig, maar kent zijn grenzen.

De waarnemer is geen los bewustzijn, maar een lichaam. Zestig biljoen cellen werken samen, geleid door een zenuwstelsel dat ouder is dan taal en een huid die temperatuur, druk en textuur voelt nog voor er een gedachte ontstaat. Dit is het instrument waarmee wij de wereld aanraken.

Wie dit vergeet, verliest niet alleen het contact met het eigen lichaam, maar ook met de werkelijkheid die het lichaam voor ons ontsluit.

De vraag is niet of we beter naar ons lichaam moeten luisteren, maar of we het nog kunnen horen.

26/03/2026
J. Vansteelant
同調 contact