gevorkte staarten | #005

Enkele dagen na het versturen van de eerste nieuwsbrief (Witte dauw), tijdens mijn dagelijkse wandeling met de hond, was ik volop woorden aan het wikken en wegen voor een haiku.
Een ideale combinatie vind ik dat: wat ik tijdens een wandeling om me heen zie, omzetten in zeventien lettergrepen. Het traint het taalgevoel en dwingt me om rond te kijken en niet voortdurend in gedachten te verzinken.

Terwijl ik die zonnige septembermiddag denkbeeldig, één voor één, woorden naast de impressies rond me ophield en weer aan de kant schoof, zag ik drie niet-denkbeeldige boerenzwaluwen op een draad tussen twee palen zitten.
Ze kwetterden erop los.

Ik probeerde me voor te stellen waarover ze het hadden. Wellicht over de naderende trektocht naar Afrika. Waar zouden die drie terechtkomen na hun zes- à zevenduizend kilometer lange tocht over de Middellandse Zee en dwars door de Sahara? Ghana, Nigeria, Kameroen of tot in het Congobekken?

Misschien communiceerden ze zelfs in haikuvorm. Drie zwaluwen die ononderbroken haiku's naar elkaars kopjes slingerden. Nu nog hier, binnen een paar weken wellicht ergens in Afrika.

Dat bracht me terug naar de titel van die eerste nieuwsbrief: Witte dauw, naar het Japanse zonneseizoen (sekki) hakuro. Die vierentwintig zonneseizoenen, telkens opgedeeld in drie microseizoenen (kō), fascineren me nu al een hele tijd en zijn een dagelijkse inspiratie om de seizoensovergangen vast te leggen in haiku.

Ik heb me laten wijsmaken dat het zich meer bewust zijn van die subtiele seizoensovergangen ervoor zou kunnen zorgen dat de tijd trager lijkt voorbij te gaan.
De tijd blijft echter doorrazen. Ik heb wel uitdrukkelijk meer genoten van weersomstandigheden waar ik me vroeger eerder kregelig of onverschillig bij kon voelen.

Die fascinatie voor sekki is gegroeid uit een zoektocht naar een familiaal overgeërfde levenshouding voor een hoofdpersonage in een roman (waar ik nu al een hele tijd aan zwoeg).
Ook zelf voel ik me inmiddels goed thuis in die levenshouding. Vrees niet, magie of zweverigheid maakt er geen deel van uit. Iedereen destilleert uiteindelijk zijn eigen levenshouding. Ik heb de mijne gewoon een naam gegeven en kan daar nog vaak smakelijk om lachen.

Uit het neerschrijven van die houding is een denkkader ontstaan dat me helpt om te creëren, niet enkel bij het schrijven van verhalen maar evengoed in mijn dagelijkse werk als colorist.

"Wat ik al enkele dagen wil schrijven! Ik heb Joachims boek uitgelezen en ervan genoten. De traagheid van [...] het verhaal deed me deugd! [...] Toch benieuwd naar de verdere inspiratie voor dit boek. [...]" - E.

Herinnerende handen is ontstaan uit drie gedachtenstromen. De eerste was het denkkader van hierboven en de principes, waarden en creatieve aannames die daarin zijn vastgelegd.

Een tweede was het feit dat ik in het halfjaar voordat ik aan de novelle begon te schrijven, mezelf heb ondergedompeld in de literaire wereld van Jun'ichirō Tanizaki en Yasunari Kawabata, of toch in de Nederlandse vertaling ervan.
Door hun werk ben ik me verder gaan verdiepen in Japanse literatuur en ben ik geboeid geraakt door een welbepaald literair concept: shitei-kankei (師弟関係).

shi (師): docent/mentor.
tei (弟): leerling/'jongere broer'.
kankei (関係): relatie.

De filosofische ontwikkeling die de leerling in een dergelijk verhaal doormaakt, wordt shuhari (守破離) genoemd.

shu (守 - beschermen/volgen): de leerling volgt alle regels en technieken van de meester op.
ha (破 - breken/uit elkaar vallen): de leerling begint de regels te bevragen, zoekt eigen paden en maakt zich de stof eigen.
ri (離 - achterlaten/loslaten): de leerling verlaat de meester en creëert een eigen stijl of filosofie.

De derde gedachtenstroom kwam voort uit mijn eigen herinneringen en leverde de context. Enerzijds het 'leven' van een letterkapper die het letterkappen van zich heeft afgeschud, en anderzijds de wintertaferelen hier thuis aan de eettafel, met de eekhoorns in de bomen rond onze tuin als topacrobaten die een dagelijkse circusact opvoeren en daarmee een unieke samenhorigheid en verwondering oproepen bij hun menselijke toeschouwers.

De vonk die de drie gedachtenstromen in een boek samenbracht, is ontstoken tijdens een haikuwandeling.

Terug naar de drie zwaluwen op een draad die elkaar haiku toekwetterden. Het beeld liet me niet meer los, en ik heb er dan maar een soort spel van gemaakt: Kusari.

Tussen twee palen hangt een draad. Er is plaats voor drie zwaluwen en de bedoeling is dat elke zwaluw uiteindelijk een ketting van twaalf haiku's kwettert.

Wie aanhaakt, ziet alleen de laatste haiku van de ketting en neemt die als vertrekpunt om een nieuwe haiku aan te schakelen.

Na twaalf schakels is de ketting compleet en vliegt de zwaluw weg. Pas dan is het hele gedicht te lezen, en alleen via een adres dat niet te raden is. Wie de laatste schakel schrijft, leest het volledige kettinggedicht als eerste. Geabonneerden op de nieuwsbrief krijgen op tijd en stond een link naar complete kettinggedichten.

Er zijn geen accounts en er worden geen trackers gebruikt. Een naam of initialen achterlaten mag en wordt pas zichtbaar als de ketting compleet is.

De eerste nieuwsbrief sloot ik af met: "Geniet nog van de zwaluwen voor ze weer het hazenpad kiezen."
Ze zijn er intussen vandoor, maar het lijkt me wel leuk om met jullie Kusari te spelen, in blijde verwachting van hun terugkeer. We zien wel wat het geeft.

04/10/2026
J. Vansteelant
同調 contact