droge woorden | essay #004
De oude man zat op een bankje aan het water.
Terwijl je deze zin las, begon er iets vorm te krijgen in je hoofd. Je zag een man voor je, gaf hem een gezicht, een houding, een leeftijd. Je zette een bankje neer, misschien van verweerd hout of koud beton. Je liet water stromen: een rivier, een vijver, een kanaal. Was het ochtend, met nevel boven het water? Of avond, met een lucht vol kleur? Misschien voelde je de kou. Geen van deze details stond in de tekst. Toch bouwde je brein, met slechts tien woorden, een hele wereld op.
Vraag het aan tien mensen en je krijgt tien verschillende mannen, tien unieke bankjes en tien keer water in een andere vorm. Iedereen leest dezelfde zin, maar niemand beleeft precies hetzelfde verhaal. Dat individuele verschil vormt de kern.
Wat me altijd verwondert aan lezen is hoe een enkele zin me kan terugbrengen naar mijn oude kinderkamer, waar het stof danste in het licht en onder mijn bed een schat aan boeken en stripverhalen lag verborgen. Lezen geeft nooit alles; je vult zelf de gaten op, soms met het gezicht van een buurman, soms met het geluid van een trein in de verte. Ieder verhaal maak je zo het jouwe. De woorden zijn een skelet. Je geeft het vlees en een hartslag, soms zelfs een wandelstok of een rollator. Lezen is geen passief tijdverdrijf; het is samen scheppen.
Neurowetenschappers zien dat lezen een heel orkest aan hersengebieden laat samenspelen. In 2016 brachten onderzoekers van Berkeley gedetailleerder dan ooit in kaart hoe woorden en concepten over de volledige hersencortex verspreid liggen: geen enkel taalcentrum, maar een atlas van betekenis, waarin sociale begrippen, getallen en abstracte ideeën elk hun eigen plek innemen. Niet alleen taal, maar ook verbeelding, gevoel, beweging en ruimte tellen mee. Lees je over iemand die door een bos stapt? Dan lichten dezelfde gebieden op als wanneer je zelf stapt. Je brein voert de handelingen uit en maakt het verhaal tastbaar.
Dit is iets heel anders dan een film. Daar krijg je alles kant-en-klaar: het perspectief is gekozen, het licht staat vast, het gezicht is bepaald en de muziek stuurt je gevoel. Je brein hoeft niets te bouwen, alleen te ontvangen. Dat kan indrukwekkend zijn, maar het blijft een andere ervaring. De kijker kijkt; de lezer creëert.
Een TikTok-video duurt gemiddeld dertig seconden. In die korte tijd word je overspoeld met beelden, geluiden, teksten en snelle overgangen. Prikkels in overvloed. Nauwelijks ruimte voor je eigen invulling. Het algoritme bepaalt niet alleen wat je ziet, maar ook hoe lang en in welke volgorde. Je aandacht wordt niet gevraagd, maar opgeëist.
Een boek laat me soms zó langzaam lezen dat ik halverwege een alinea even naar buiten kijk, om een staartmees in de vijgenboom te volgen of het geluid van de wind te proeven. Soms lees ik een zin drie keer, omdat één woord blijft haken of omdat ik ineens terugdenk aan een namiddag op de middelbare school, worstelend met wiskunde. Die traagheid is geen tekortkoming, maar juist wat maakt dat het verhaal kan wortelen en uitgroeien tot iets groters.
Er is een reden waarom je een boek steeds opnieuw kunt lezen en er telkens iets nieuws in ontdekt. Het boek blijft hetzelfde, maar jij verandert. Omdat jij als lezer de helft van het werk doet, levert een andere jij een ander boek op. Probeer dat maar eens met een TikTok-video.
Hier zit een paradox. We leven in een tijd vol tekst: berichten, posts, e-mails, artikelen, ondertitels, schermen vol woorden. Toch wordt het soort lezen waarbij je brein echt iets maakt steeds zeldzamer. We lezen meer, maar minder diep. De woorden nemen toe; de diepgang neemt af.
Lezen waarbij je zélf het bankje construeert en het water hoort, is geen consumptie maar creatie. Het is wellicht de meest toegankelijke vorm van creatie die bestaat. Er is geen instrument of bijzonder talent voor nodig. Enige voorwaarde is dat je begrijpend kunt lezen. Slechts woorden op papier en een welwillend brein dat bereid is het werk te verrichten. Tien woorden: De oude man zat op een bankje aan het water. En ergens in jouw gedachten zit hij er nog altijd: jouw man, op jouw bankje, aan jouw water. Jij was degene die hem tot leven bracht.
J. Vansteelant